• De gedichten van Tove Ditlevsen

De gedichten van Tove Ditlevsen


Tove Ditlevsen is een van de invloedrijkste schrijfsters van Denemarken en brak als jong meisje al door als dichter. Haar werk is de afgelopen decennia herontdekt en in Nederland uitgegeven door Das Mag. In verband met de week van de poëzie verscheen de dichtbundel: Er woont een meisje in mij dat niet sterven wil.

De bundel is samengesteld door de Deense schrijfster Olga Ravn. In haar inleiding legt ze uit dat Tove arbeidersliteratuur schreef. Daarmee bedoelt ze dat de vrouw begin van de afgelopen eeuw in dienst stond van de fabrieksarbeider. Ze was enkel van nut in de samenleving om ervoor te zorgen dat haar man kon werken en om nieuwe arbeiders te baren. Het lichaam van de vrouw was daardoor ook een fabriek, het had een functionele rol.

Dit idee strookte natuurlijk niet met wie de vrouw echt was en hier schuilt dus een zekere wrijving en onjuistheid. Want de vrouw is van binnen veranderd maar de samenleving niet. Deze spanning tussen wat je als vrouw behoort te zijn en wat je eigenlijk bent, komt in de gedichten van Tove naar voren. Ze was naar eigen zeggen geen feministe maar ze schreef wel dat vrouwen nooit met pensioen gaan en dat vakantie en feestdagen overwerk waren voor vrouwen (uit: De vlucht uit de afwas in 1959).

Tove Ditlevsen blijft in haar werk altijd het verlangende meisje dat niet snapt dat de wereld zo anders is dan hoe zij is. Ze zoekt, blijft zoeken maar vindt niets, dat is het tragische aan haar werk, maar ook het mooie. Ze probeert vrij te zijn in haar gedichten, uit het keurslijf te stappen en poëtische controle te krijgen over haar leven.

Tove probeerde al rokend, drinkend en schrijvend toch haar weg naar vrijheid te vinden, maar pleegde uiteindelijk zelfmoord in 1976. Haar werk is echter wereldwijd herontdekt en onverminderd relevant en je kunt je afvragen: wat is er nou werkelijk veranderd voor de vrouw?