Dromen die nog geloven in hun betovering gaan links, de stad weer in. Ze duiken onder tot het donker, keren 's nachts naar hun dromers van wacht.
Overdag klussen ze door als dagdromen. In geheime dienst kruipen ze ongezien door de openstaande oograampjes van wie stilstaat in files of aan koffiemachines of met zachte ogen (tegen iets) opkijkt.
Maar de hopelozen houden rechts. Marcheren onder de poort door. Hun hoofden steeds dieper gebogen, met slechts een doel voor ogen: de afgrond.
*de meeste dromen kunnen wachten.
Uit: Verzachtende omstandigheden, Lotte Dodion